1. Inleiding


Figuur 1.1 geeft een beeld van het complexe geheel van gebergten, waaronder de Alpen, in het Middellandse Zee gebied. Hoe zijn al die gebergten daar gekomen? Dit is nog steeds een groot raadsel: 'a satisfactory explanation has not been forthcoming during the last 150 years of geological reasearch'  (J.Sahar, Tectonics of the West Mediterranean and Carpathian arcs since the late Creteceous, www.ncgt.org, no 61, december 2011, p.16)

 

Klik op de afbeelding om te vergroten.

 

Figuur 1.1.  Overzicht van gebergten in het Middellandse Zee gebied.

1  = Alpen 

2  = Pyreneeën 

3  = Sierra Nevada

4  = Rif

5  = Atlas

6  = Apennijnen

7  = Karpaten

8  = Dinarische Alpen

9  = Pindos gebergte

10 = Balkan

11 = Kaukasus

12 = Jura 

En wat is de verklaring voor het ingewikkelde beeld van de tektoniek (beweging van aardplaten) in het Middellandse Zee gebied, zoals die in figuur 1.2. wordt weergegeven?

Klik op de afbeelding om te vergroten.

Figuur 1.2.  Overzicht van de voornaamste breuken in de aardkorst in het Middellandse Zee gebied. Bij deze breuken schuiven aardplaten langs (paars) of over elkaar (rood) of zakt de ene plaat van een naastgelegen plaat weg (zwart).De zwarte pijlen geven de bewegingsrichting van aardplaten aan. 



De eerste hoofdstukken van deze website gaan over deze gebergtevorming en tektoniek in en rondom de Middellandse Zee. Wat betreft deze processen fungeert dit gebied als een groot geologisch openlucht laboratorium.

Hebben we de oorzaak achter de bewegingen van aardlagen en het oprijzen van gebergten gevonden, dan is dat gelijk de sleutel voor het beantwoorden van de vraag hoe de Alpen zijn ontstaan.

Vanaf hoofdstuk 12 gaan we in op de details van de geologische opbouw van de Alpen. Deze details kunnen pas worden begrepen als we beseffen door welke krachten de Alpen zijn gevormd. 

Je kunt er ook voor kiezen eerst nader kennis te maken met de geologische eenheden van de Alpen- zonder je te verdiepen in de manier waarop die zijn ontstaan. Volg in dat geval de website vanaf hoofdstuk 12.

Voor het begrijpen van de volgende hoofdstukken is enige bekendheid met de namen van de perioden uit de geologische geschiedenis gewenst. Deze namen vormen samen de geologische kolom. Die is in figuur 1.3. afgebeeld.

  Klik op de afbeelding om te vergroten.

Figuur 1.3.  Geologische kolom (links) en geologische tijdschaal (rechts).

 

De officiële geologie geeft elke periode een datering in termen van miljoenen jaren. Zo wordt aan de geologische kolom een geologische tijdschaal toegevoegd. Dat zijn de getallen die rechts van de geologische kolom staan. 

In hoofdstuk 21 gaan we apart in op de geldigheid van de geologische tijdschaal. Daar zal - met behulp van de inzichten die in deze website zijn opgedaan - een alternatief voor de standaard tijdschaal worden gepresenteerd.

In de volgende hoofdstukken blijven de dateringen van de geologische perioden volgens de officiële geologische tijdschaal buiten beeld.

Aan de hand van figuur 1.4. wordt geïllusteerd, hoe we de namen van de geologische kolom gebruiken om te beschrijven, welke geschiedenis een pakket aardlagen heeft doorgemaakt.

Dit voorbeeld dient ook als kennismaking met de belangrijkste geologische perioden die een rol spelen bij het ontstaan van de Alpen.

 

Limmern meer Klik op de afbeelding om te vergroten.

 
Figuur 1.4. Opbouw van de gesteentewand van het Limmern stuwmeer, in het kanton Glarus in Zwitserland. Op deze unieke lokatie kijk je tegen de aardlagen van het grootste deel van de geologische kolom aan, nl. van het Carboon t/m het Tertiair.

 

Direkt boven het stuwmeer, zie je een schuine, begroeide helling. Deze aardlaag is afgezet in het Carboon. Het gaat hier om mariene sedimenten. Die zijn in het Perm door gebergtevormende krachten (de zgn. Hercynische orogenese) geplooid, in elkaar geperst en door druk en hitte omgebakken tot gneiss. Dit is een metamorf gesteente. 

Deze gneiss laag is in het Perm aan de bovenkant ook nog geërodeerd en verweerd tot een plat vlak. Daarop is, in een nieuwe geologische cyclus eerst een dunne gesteenteband afgezet. Die bestaat uit zalmkleurig dolomiet, een magnesium houdende kalk (CaMg(CO3)2), die tot het Trias wordt gerekend.

Boven deze band bevindt zich een dunne laag leisteen uit het Onder Jura. Daarboven rijzen loodrecht de knoertharde kalkstenen van het Jura en Krijt op. 

Tijdens de Alpiene gebergtevorming in het Tertiair is op de 600 meter dikke gesteentestapel van het Mesozoïcum (bestaande uit aardlagen van het Trias, Jura en Krijt) door onderzeese modderlawines (turbidieten) een laag zandig gesteentepuin gedeponeerd. Deze toplaag wordt met de naam flysch aangeduid.

Vervolgens is tijdens de Alpiene gebergtevorming in het Tertiair dit totale pakket aan gesteenteformaties ook nog eens zo'n 4 kilometer omhoog gekomen.

Tenslotte is dit opgestuwde massief tijdens de ijstijd, het Pleistoceen, door de werking van gletsjers sterk afgesleten. Daardoor is een bekken ontstaan, waarin zich nu het Limmern stuwmeer bevindt.

De rotswand die boven het Limmern stuwmeer uitsteekt, in figuur 1.4., is dus het eindresultaat van een indrukwekkende serie opeenvolgende geologische processen tijdens de genoemde geologische perioden.

Samengevat:

in het Carboon: afzetting van mariene sedimenten

in het Perm: vervorming van deze sedimenten tot metamorfe gesteenten (paragneis) plus gedeeltelijke erosie en verwering daarvan tot een afgeplat geheel

in het Trias: afzetting van dolomiet 

in het Jura en Krijt: accumulatie van dikke pakketten klei, mergel en vooral kalk

in het Tertiair: afzetting van flysch en opheffing van het gehele pakket gesteenten tot een gebergtemassief

in het Pleistoceen: afslijten van het gebegtemassief door gletsjers met bekkenvorming.

 

In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe men binnen de gevestigde wetenschap over gebergtevorming in en rondom het Middellandse Zee gebied denkt.